Het eerste project zet je nog netjes op. Bij het derde heb je één lang bestand, bij het vijfde vijf losse notities, en bij het zevende weet je zelf niet meer welke er nog lopen. Je AI weet het al helemaal niet. Die ziet mappen, geen projecten, en vraagt bij elke sessie opnieuw waar je mee bezig bent.
Deze skill begint met een vraag die de meeste systemen overslaan: is dit wel een project? Duurt het langer dan één sessie, heeft het een eigen doel, en blijft er iets bestaan als het klaar is? Twee keer nee en er komt geen map, maar een taak op je lijst of een notitie in je dagmap. Dat klinkt als een detail en is het niet. Een systeem dat overal een project van maakt, wordt zelf de rommel die het moest opruimen.
Komt het er wel doorheen, dan staat er één bestand. Daarin vijf dingen die er altijd in staan: wat je wilt bereiken, wanneer het klaar is, wat er bewust buiten valt, wat de status is en hoe ver je bent. Die derde is de stille winst. Zonder een grens groeit elk project door tot het doel dat je opschreef niet meer haalbaar is. Dat bestand leest je AI automatisch zodra je in dat project werkt, dus je hoeft de context niet meer te geven. Alleen projecten die echt lopen komen vooraan te staan, de rest zakt naar het overzicht.
Hij werkt drie kanten op. Een nieuw project zet hij vanaf nul op. Een project dat je al hebt trekt hij naar dezelfde structuur toe, zonder dat je zelf gaat verplaatsen. En als een project af is, rondt hij hem af met de vraag wat het opleverde en wat je meeneemt, zodat die les in je brein blijft staan in plaats van in een map die je nooit meer opent. Staat een project een maand stil, dan vraagt je AI uit zichzelf of het nog loopt.
Wat je nodig hebt: een digitaal brein waarin je projecten wilt bijhouden, en een AI die bij je bestanden kan. Verder niets. Je beantwoordt een paar vragen en de rest staat er.
Plan een vrijblijvende kennismaking. We kijken samen waar AI jou het meeste oplevert, in gewone taal.