Prompting 2.0 in de praktijk: de 3 pijlers van een AI die jou kent
AI begint elke sessie blanco. Je legt opnieuw uit wie je bent, hoe je werkt en welk project je voor je hebt. Prompting 2.0 lost dat op met drie pijlers: een instructiekaart, een werkmap en opgeslagen werkwijzen. Concreet, zonder jargon.
In het kort
- AI begint elke sessie blanco. Geen geheugen voor wie je bent of hoe je werkt.
- Prompting 2.0 lost dat op via drie pijlers: instructiekaart, werkmap en opgeslagen skills.
- Met deze drie samen typ je geen uitleg meer, alleen nog de opdracht.
Je bouwt geen AI die anders werkt. Je bouwt een AI die je werk al kent.
Een collega werk je één keer in. Na die eerste week heb je genoeg aan een half woord. Niet omdat hij slimmer is geworden, maar omdat hij context heeft. Hij weet wie je bent. Hij kent je klanten. Hij snapt hoe je werkt.
AI werk je elke dag opnieuw in. Dat is geen tekortkoming van de AI. Het is een systeem zonder geheugen.
Dat is wat Prompting 1.0 van je vraagt: elke sessie opnieuw uitleggen wie je bent. Geen geheugen. Geen context. Geen wederzijds begrip.
Prompting 2.0 is het omgekeerde. Je bouwt één keer een persoonlijke AI-agent die je werk al kent. Hij leest jouw context voordat je iets vraagt. Hij kent je toon, je klanten, je doelen. Je stelt een vraag. Hij antwoordt alsof hij al maanden met je samenwerkt.
Dit artikel laat zien hoe je dat bouwt. Drie pijlers. Geen magie. Wel structuur.
Prompt engineering: waarom het je context-probleem niet oplost
Veel professionals proberen met woorden op te lossen wat met structuur moet. In de trainingen die ik geef zie ik het wekelijks: iemand investeert tijd in Chain of Thought, Few-Shot Prompting en prompts van drie alinea's. Het werkt voor één specifieke taak, maar volgende week begint dezelfde investering opnieuw.
Het misverstand: ze denken dat de prompt het belangrijkste is. Maar de prompt is de zichtbare punt van de ijsberg. Het echte werk zit in wat er onder ligt: de context die de AI bij elke sessie meekrijgt.
Zonder structuur onder de prompt blijft elke prompt losstaand werk. Met structuur wordt elke prompt automatisch krachtiger, omdat de context al klaarligt. Dat is het verschil tussen een medewerker inwerken en een medewerker hebben.
Van praten naar structureren
De schakel van Prompting 1.0 naar 2.0 is een mentale verschuiving.
In 1.0 is jouw werk: zoveel mogelijk in elke prompt stoppen.
In 2.0 is jouw werk: zo min mogelijk in elke prompt hoeven stoppen, omdat alles al klaarstaat.
Je verhuist context. Van de prompt naar het systeem eromheen. Dat systeem bestaat uit drie pijlers. We lopen ze één voor één door.
Pijler 1. DNA-laden: jouw instructiekaart
Elke AI-sessie begint met het laden van jouw DNA.
Dat DNA zit in één centraal document. Noem het een instructiekaart. Hierin staat wie je bent, wat je doet, hoe je schrijft, welke regels gelden en welke context bij deze sessie hoort. De AI leest het bij elke sessie als eerste. Voordat jij "Hoi" typt, kent hij je al.
Wat staat er concreet in?
- Jouw rol en vakgebied. "Ik ben consultant in de zorg" of "Ik leid een marketingteam van zes."
- Jouw schrijfstijl. Korte zinnen, geen jargon, altijd "jij/jouw".
- Jouw no-go's. "Nooit Engelse termen waar Nederlandse prima werkt" of "Geen overdreven enthousiaste taal."
- Hoe je werkmap is opgebouwd. Waar vindt de AI wat?
- Welke regels gelden voor jouw sessies.
Deze kaart is geen creatief werk van een dag. Het is een levend document. Je begint simpel en voegt toe wat de AI regelmatig verkeerd doet. Elke correctie die je niet meer hoeft uit te leggen, is winst.
Het mooie: deze ene kaart werkt voor elke taak. LinkedIn-post schrijven, klantmail opstellen, offerte maken. Zelfde AI, zelfde jij, zelfde context. Alleen de taak verschilt.
Pijler 2. Context-mapping: jouw werkmap
Pijler 1 vertelt de AI wie jij bent. Pijler 2 vertelt hem waar jouw kennis ligt.
De meeste mensen werken met kennis die verspreid staat over Mail, WhatsApp, Notion, losse Word-docs en hun eigen hoofd. Vraag aan de AI om iets te vinden en je moet eerst uitleggen waar het staat. Of erger: je plakt eerst zelf de context erin en hoopt dat het klopt.
In Prompting 2.0 verhuis je die kennis naar één heldere werkmap. Een plek waar de AI zelf de weg weet.
Hoe die werkmap eruitziet maakt minder uit dan je denkt. Belangrijk is dat:
- Alles op één plek staat. Klantprofielen, aanbod, schrijfstijl, strategieën, notities.
- De mappen logische namen hebben. Geen verborgen folders, geen dubbele locaties.
- Bestanden onderling verbonden zijn. Als de AI het klantprofiel leest, moet hij kunnen doorklikken naar de laatste drie gesprekken.
Vanaf het moment dat je werkmap klopt, hoef je geen context meer op te plakken. Je vraagt niet meer: "Hier zijn de notulen, schrijf me een samenvatting." Je vraagt: "Schrijf een samenvatting van de meeting van gisteren." De AI vindt de notulen zelf. Geen PDF's uploaden, geen copy-paste.
Pijler 3. Skills boven prompts: herhaalbare commando's
Pijler 1 is wie jij bent. Pijler 2 is waar je kennis staat. Pijler 3 is hoe je terugkerend werk uitvoert.
Kenniswerk is voor een groot deel herhalend. Je schrijft elke week LinkedIn-posts. Elke maand klantrapportages. Elke offerte volgt globaal dezelfde structuur. In Prompting 1.0 leg je die structuur elke keer opnieuw uit.
In 2.0 leg je hem één keer vast als een skill.
Een skill is een opgeslagen werkwijze. Een mini-SOP die de AI uitvoert als je hem aanroept. Zie het als een sneltoets voor een taak.
Stel je hebt een LinkedIn-post-skill. Daarin staat: welke structuur, welke lengte, welke toon, welke klantcontext meepakken, welke laatste posts als referentie bekijken. Jij typt één commando (/schrijf-linkedin-post) en een hook. De AI bouwt de post.
Geen 20 regels instructies meer. Eén commando en een onderwerp.
Kansen voor skills zijn overal:
/email-followup: schrijft een follow-up in jouw stijl, met klantcontext erbij/vergadering-samenvatting: zet ruwe notities om in actiepunten en beslissingen/offerte: bouwt een offerte op basis van jouw template en klantprofiel/week-reflectie: draait elke vrijdag automatisch en haalt je voortgang op
Elke skill die je bouwt, bouw je één keer. Vanaf dan werkt hij oneindig vaak zonder dat jij hem hoeft op te tuigen.
Samen: van praten naar laden
De drie pijlers werken pas écht als ze samen draaien.
Pijler 1 zegt: ik ben deze professional. Pijler 2 zegt: mijn kennis ligt hier. Pijler 3 zegt: zo voer ik mijn terugkerende werk uit.
Met alle drie heb je geen losse prompts meer nodig. Je hebt een werkomgeving die weet wie jij bent, waar je kennis staat en hoe je werkt. Je typt niet meer uitleg, je typt alleen nog de opdracht. Het systeem laadt de rest.
Dat is het verschil tussen praten en laden. Tussen elke dag opnieuw uitleggen en één keer bouwen.
Waar je morgen mee kunt beginnen
Je bouwt dit niet in een weekend. Maar de eerste versie is sneller dan je denkt.
Dag één. Schrijf je instructiekaart. Geen perfectie, gewoon de belangrijkste feiten over jou en je werk. Drie A4-tjes is genoeg om te starten.
Dag twee. Kies één map op je computer waar je kennis naartoe gaat verhuizen. Nog niet alles tegelijk. Begin met je lopende klanten en je aanbod.
Dag drie. Pak één terugkerende taak (bijvoorbeeld: een klantmail) en leg de werkwijze vast. Dat is je eerste skill.
In drie dagen heb je de basis van Prompting 2.0 staan. Alles wat daarna komt is uitbouwen.
Drie pijlers, één werkomgeving
Of dit voor jou werkt, hangt minder af van de tools dan van de bereidheid om kennis op één plek te organiseren. Wie dat doet, krijgt een werkomgeving die meegroeit. Wie dat niet doet, blijft elke prompt opnieuw opbouwen.
Volgende stap
Bij AI Nimma zet ik samen met kenniswerkers deze drie pijlers op. 1-op-1, voor jouw werk, jouw klanten, jouw manier van denken. Geen cursus, maar een traject waarin je aan het eind je eigen AI-agent hebt draaien.
Vul het intake-formulier in op de contactpagina. Ik neem binnen een paar dagen contact op om te bekijken welke pijler je als eerste oppakt.





